5 redenen om voor een IJslands paard te kiezen

Ze hebben heel typische kenmerken.

Een IJslands paard is niet zo heel groot, de schofthoogte van de ijslander zit tussen de 135cm en 155cm, hun gewicht is tussen de 300 kg à 400 kg. Daardoor werden ze vroeger benoemd als pony. Maar omdat ze zó sterk zijn dat ze makkelijk 100 kg kunnen dragen en door hun uitgesproken persoonlijkheid & tempermanent worden ze nu terecht paard genoemd. 

Er zijn qua kleuren 3 basiskleuren: vos, zwart en bruin. Maar er zijn wel heel veel varianten te vinden. Eigenlijk kan elke kleur behalve Appaloosa, champagne en Overo (wit dat als het ware ingekaderd zit in de omliggende donkere kleur) Er zijn er ook nog andere varianten die enkel bij de IJslander te vinden zijn. Dat gaat van zilverappel, over witkopbont tot splash, tot…. Er zijn dus slechts weinig kleuren die niet voorkomen.

IJslanders hebben een goed geproportioneerd hoofd, hun hals is kort gespierd en breed aan de basis en ze hebben eerder een brede schoft. Er zijn in bouw enkele verschillen tussen een 4 en een 5 ganger (zie informatie een beetje verder in de tekst)  Zo is de ene meestal iets langer in de rug dan de andere. Hun manen en staart zijn vol, met veel haar. Ze hebben een dubbele vacht ontwikkeld voor extra isolatie bij koude temperaturen, wat in de winter van hen echte beertjes maakt. 

Het paard ontwikkelt zich langzaam en kan pas volledig ingereden en beoordeeld worden vanaf het vijfde levensjaar.

Foto Maxime de Bruijn

IJslanders hebben extra “versnellingen”, het zijn gangenpaarden.

Naast hun zuiverheid, soberheid en kracht hebben IJslanders een extra troef: het zijn gangenpaarden. De extra gangen waarover een IJslanders beschikt zijn aangeboren.  Soms zie je pasgeboren veulentjes in de wei reeds tölten.  Je hebt viergangers en vijfgangers. Viergangers hebben als extra gang de tölt. Vijfgangers beschikken daarnaast ook nog over telgang. Een IJslander kan dus naast stap, draf en galop ook nog tölt en telgang.

De tölt is een viertakt waarbij het paard net als in stap de benen na elkaar naar voren zet. De voetvolgorde is precies hetzelfde. Het grootste verschil ligt in het tempo, dat veel hoger ligt. Dit kan dus variëren van een snelle stap tot een behoorlijke galop.

Doordat er altijd minstens 1 been op de grond staat, kan de ruiter stil in het zadel blijven zitten. En dus niet zoals bij draf waar de ruiter uit het zadel wordt getild.

Dit maakt deze gang over het algemeen zeer comfortabel te rijden is waardoor ook mensen met rugklachten vaak met plezier kunnen blijven paardrijden. 

Tijdens het tölten merken we ook de trotste houding van het paard op. Het hoofd wordt vrij hoog gedragen en de knieën hoger opgetrokken. De hoeven worden met gelijke tussenpozen op de grond gezet. Dezelfde voetvolgorde dus als in stap: links achter, links voor, rechts achter, rechts voor.

Telgang is een laterale gang waarbij het paard de 2 linkerbenen en de 2 rechterbenen tegelijk verplaatst. In de telgang beweegt de IJslander de twee benen aan één kant tegelijk. Daartussen is een zweefmoment: alle vier de benen zijn even los van de grond. In deze gang kan de IJslander erg hard gaan. Tijdens de WK worden vaak records gereden!

Je wordt zo verliefd op hun gouden karakter.

Een typische IJslander is zelfstandig, werklustig, sensibel en vriendelijk. IJslanders zijn echte kuddedieren. De jonge paarden groeien in grote groepen op, vaak in begrazingsprojecten. De kuddegenoten geven elkaar een gedegen opvoeding in respect en communicatie. Iets waar de ruiter later weer profijt van kan hebben. De eerste rit op een IJslander is voor veel ruiters een openbaring. Een echte IJslander denkt voorwaarts, dus loopt uit zichzelf. Niet te vergelijken met het gemiddelde manegepaard. Bij veel IJslanders valt ook hun sensibiliteit op. Lichte hulpen zijn vaak voldoende om het paard aan het werk te zetten. En bij de versnelling komt de sensatie: de tölt!

De IJslander heeft een unieke geschiedenis.

Rond het jaar 800 brachten de Vikingen Europese paarden naar IJsland. Ruim honderd jaar later gingen de IJslandse grenzen nagenoeg op slot voor paarden. Sinds die tijd zijn er geen nieuwe paarden naar IJsland gekomen. Daardoor lijkt de huidige IJslander nog heel sterk op het Europese oerpaard. 

Door de barre omstandigheden op IJsland – vulkaanuitbarstingen, extreme koude, hongersnoden – overleefden alleen de sterkste paarden. En dat zien we nu nog terug in de hardheid en de gezondheid van de IJslander. Door de bijzondere omstandigheden op IJsland ontwikkelden de paardjes een opmerkelijk oriëntatievermogen, een grote zelfstandigheid en intelligentie en veel koelbloedigheid. Paniekerige paarden, die er blind vandoor gaan, overleven immers niet in een landschap met ravijnen. Ze zijn voorwaarts en toch sensibel. In combinatie met de vaak wat complexe gangen, zijn IJslanders daarom geen uitgesproken kinderpony’s.

Bo Cavens rijdt haar IJslander in tölt

Weetjes

Eens een IJslands paard geëxporteerd wordt vanuit IJsland, mag die niet meer terug ingevoerd worden. Dit zorgt ervoor dat enerzijds het ras zuiver blijft en anderzijds komen er ook geen infectieziekten naar IJsland. In IJsland worden de paarden namelijk niet ingeënt. Als dus een ruiter zijn paard meebrengt naar het vaste land voor het WK IJslandse paarden, zal hij zijn paard dan ook moeten achterlaten (verkopen).

In IJsland worden de paarden in de zomermaanden de bergen in gebracht om daar in vrijheid te groeien, ontwikkelen en spelen. Tijdens de herfst rijden de boeren met een aantal sterke paarden de bergen in en halen hun dieren op voordat de winter begint. Het is steeds een prachtig gezicht om de honderden paarden naar beneden te zien lopen. Deze “roundup” is dan ook voor de IJslanders een groot feest. 

Een typische wedstrijd ziet er heel anders uit dan bijvoorbeeld een dressuurwedstrijd of jumping. De wedstrijden worden gereden op een “ovaalbaan” van 250 meter. Tijdens deze wedstrijden beoordeelt een (internationale) jury de taktzuiverheid van de gangen en hoe men als ruiter omgaat met zijn paard. Ook zijn er telgangrennen als wedstrijdonderdeel, dit gaat puur over de snelheid en de taktzuiverheid van de telgang.  Zo kan een IJslander 100 m telgangen in ongeveer 7 seconden.

Ook worden er veel wedstrijden gereden op echt ijs. Dit is voor hen heel natuurlijk om te doen.

Tekst: Lieve Vermeulen / foto boven de blog is van Vera van Praag Sigaar

Bronnen: BSIJP, FEIF, Horses of Iceland, NSIJP, Wikipedia, WorldFengur en vele vrienden in IJsland

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.